Montage van de FS-40

Zo monteert u de Flowtrecs FS-40 correct

Horizontale montage, de juiste stromingsrichting, een passende brandstofslang en zorgvuldig ontluchten bepalen mede de lekdichtheid en de stabiliteit van de meting. Volg deze praktische controlelijst vóór de eerste start.

Aluminium Flowtrecs FS-40-brandstofdoorstroomsensor gereed voor montage

Voordat u een brandstofslang doorsnijdt

Controleer eerst het aantal meetpunten, het vereiste debietbereik en de exacte uitvoering van de FS-40-sensor. Voor elke leiding is één sensor nodig; een systeem met retourleiding vereist een afzonderlijke meting van aanvoer en retour. Lees hoeveel sensoren uw installatie nodig heeft.

  • Schakel het contact en elektrische apparatuur in de omgeving uit.
  • Sluit de brandstoftoevoer af volgens de voorschriften voor de boot en motor.
  • Zorg voor ventilatie, een geschikte brandblusser en voor brandstof goedgekeurde materialen.
  • Leg passende sensoren, slangen, koppelingen en klemmen klaar.
Veiligheid: laat werkzaamheden aan het brandstofsysteem uitvoeren door een vakbekwame installateur. De documentatie van motor en boot en de geldende voorschriften gaan voor als deze een andere opstelling vereisen.

Horizontaal, TOP SIDE omhoog en de pijl met de stroming mee

Monteer de FS-40 horizontaal met de zijde met de aanduiding “TOP SIDE” omhoog. De pijl op de behuizing moet in de werkelijke stromingsrichting van de brandstof wijzen.

Kies een plaats boven tankniveau die goed bereikbaar is voor controle en zo ver mogelijk verwijderd is van sterke trillingen en warmte. De sensor mag het gewicht van de brandstofslangen niet dragen en niet als constructieve steun dienen.

Ondersteun de slangen zodat de aansluitingen van de sensor niet worden verdraaid of zijwaarts belast. Houd voldoende ruimte vrij om de markeringen en aansluitingen te controleren en onderhoud uit te voeren zonder andere apparatuur te demonteren.

Waar hoort de sensor in het brandstofsysteem?

De sensor meet uitsluitend de leiding waarin hij is gemonteerd. In de Flowtrecs-handleidingen staat het brandstoffilter vóór de sensor; in de instructies voor Wave en Android BT staat de sensor tussen het filter en de motor. Het volledige systeem moet altijd voldoen aan de voorschriften van de motorfabrikant voor filtering, pompen, ontluchting en toegestane stromingsweerstand.

Er bestaat geen universele positie ten opzichte van elke pomp. Bij Mini-systemen hoort de handpomp aan de tankzijde van de sensor. Raadpleeg voor andere pompen en modellen de bijbehorende instructies of vraag Flowtrecs om de opstelling te beoordelen.

Kleine tule voor slang met 8 mm binnendiameter, grote tule voor 10 mm

S en M: slang met een binnendiameter van 8 mm. L, XL, XXL en 3XL: slang met een binnendiameter van 10 mm. De maten 9,5 mm bij de kleine tule en 11,1 mm bij de grote tule zijn de diameters van de verdikkingen op de tules, niet de binnendiameters van de slangen.

  • Controleer de binnendiameter van de slang en stem deze af op de sensoruitvoering.
  • Gebruik slangen, koppelingen en klemmen die voor de betreffende brandstof zijn goedgekeurd.
  • Forceer geen slang met een verkeerde maat op een tule en breng geen willekeurige vernauwingen aan.
  • Leg de slang zonder knikken, schuurpunten of spanning op de tules.

De verbinding moet mechanisch afdichten zonder dat de slang of tule door overmatig klemmen beschadigd raakt.

Voeding en aanleg van de bedrading

Flowtrecs-apparatuur is in beginsel bedoeld voor een 12V-installatie. Rechtstreekse aansluiting op 24 V is verboden en kan de elektronica beschadigen. Heeft de boot een 24V-systeem, stem de juiste oplossing dan vóór aansluiting af met Flowtrecs of een vakbekwame installateur.

  • Schakel de voeding uit terwijl u de aansluitingen maakt.
  • Gebruik de beveiliging en aansluitmethode uit de handleiding van het apparaat.
  • Bescherm stekkers tegen water, brandstof, schuren en lostrekken.
  • Houd bedrading uit de buurt van hete onderdelen en sterke storingsbronnen.

De stekker van de sensor is niet waterdicht. Dicht hem af zoals bij de set is voorgeschreven, bijvoorbeeld met de tape of krimpkous uit de instructies.

Zet nooit rechtstreeks 24 V op de module. Een andere nominale spanning van een scherm of lader verandert de voedingseisen van de meetmodule niet.

Ontluchten en de eerste start

Herstel na de montage de brandstoftoevoer en vul en ontlucht het systeem volgens de procedure van de motorfabrikant. In de instructies voor Inox en Mini staat dat hiervoor de handpomp moet worden gebruikt. Bij een correcte stroming is de groene led in de sensor actief: bij een laag debiet knippert hij en bij een hoger debiet kan hij continu lijken te branden. Lucht kan leiden tot een ontbrekende of schommelende meting en problemen met de draaiende motor.

  1. Controleer de pijl, de positie van TOP SIDE en de ondersteuning van de slangen opnieuw.
  2. Ontlucht het systeem voordat u de meetwaarde beoordeelt.
  3. Controleer elke verbinding voordat u de motor start.
  4. Start de motor op een veilige manier en controleer opnieuw op lekkage.
  5. Bekijk de meting eerst bij stationair toerental en daarna bij veranderende belasting.

Ruikt of ziet u brandstof bij een verbinding of loopt de motor onregelmatig, zet de motor dan uit en verhelp de oorzaak voordat u de ligplaats verlaat.

Het toerentalsignaal aansluiten (RPM)

Voor toerentalmeting via het ontstekingssignaal van een benzinemotor met carburateur is een extra Tacho Pulse Limiter nodig. Er zijn twee uitvoeringen: IN — voor binnenboordmotoren en OUT — voor buitenboordmotoren.

Bij injectiemotoren (EFI/DFI) is doorgaans geen pulsbegrenzer nodig wanneer een geschikte elektronische toerentelleruitgang wordt gebruikt.

De pulsbegrenzer is alleen bedoeld voor de toerentalmeting en is niet nodig om het brandstofverbruik te meten.

Diesel: als de motor geen geschikt elektronisch toerentalsignaal levert, kan een extra hallsensor nodig zijn.

Controlelijst vóór vertrek

  • De sensor staat horizontaal, met TOP SIDE omhoog en boven tankniveau.
  • De pijl wijst in de werkelijke stromingsrichting.
  • S en M: slang met een binnendiameter van 8 mm. L, XL, XXL en 3XL: slang met een binnendiameter van 10 mm.
  • De aansluitingen zijn lekvrij en de slangen belasten de sensor niet.
  • Het systeem is ontlucht en de meetwaarde reageert op veranderingen in belasting.
  • De voeding voldoet aan de eis van 12 V en er wordt nergens rechtstreeks 24 V aangesloten.

Blijft de waarde na een correcte montage op nul staan of schommelen, gebruik dan de gids voor kalibratie en storingsdiagnose van Flowtrecs. U kunt ook het productaanbod vergelijken of de installatiegegevens ter beoordeling opsturen.

Kies het systeem voor uw boot

Weet u wat uw installatie nodig heeft?

Vergelijk de Flowtrecs-apparaten of neem contact met ons op als het pompdebiet of het verloop van de retourleiding niet bekend is.

Bekijk producten