1. Sensoraantal en meetbereik zijn aparte keuzes
Kies elke sensor op het minimale en maximale werkelijke debiet in de betreffende leiding, met inachtneming van de toegestane stromingsweerstand.
Eén sensor meet één leiding. Een gangbare benzinemotor zonder retour heeft er één nodig; een dieselmotor met retour naar de tank twee, voor aanvoer en retour. Twee van zulke diesels vereisen vier sensoren. Het leidingschema bepaalt de meetopstelling, niet alleen de brandstofsoort. Bij afwijkende systemen moet de geschiktheid van het apparaat worden bevestigd.
Single-, Duo-, Diesel- en Duo Diesel-sets verschillen in inhoud en meetmethode. Controleer eerst het sensoraantal en de setuitvoering, daarna het bereik van elke FS-40.
2. Controleer beide bereikgrenzen, niet alleen het maximum
Bij een gangbare benzinemotor zonder brandstofretour zijn de vermogensklassen in de webshop een praktisch uitgangspunt voor de eerste sensorkeuze. Bevestig het motormodel en het maximale brandstofverbruik. Bij een diesel met retourleiding wordt elke sensor gekozen op het minimale en maximale werkelijke debiet in zijn eigen leiding — aanvoer en retour afzonderlijk — niet alleen op motorvermogen of nettoverbruik.
| FS-40-uitvoering | Minimum | Maximum |
|---|---|---|
| S | 0,5 l/u | 20 l/u |
| M | 1 l/u | 40 l/u |
| L | 1,5 l/u | 90 l/u |
| XL | 2 l/u | 120 l/u |
| XXL | 3 l/u | 180 l/u |
| 3XL | 5 l/u | 300 l/u |
S en M: slang met een binnendiameter van 8 mm. L, XL, XXL en 3XL: slang met een binnendiameter van 10 mm.
De tabel toont meetbereiken per uitvoering, geen toegestane motorvermogens. Een te kleine sensor kan buiten zijn bereik komen of te veel drukverlies veroorzaken. Een te grote sensor registreert kleine debieten mogelijk niet. Een grotere slangaansluiting is geen reden om een hoger meetbereik te kiezen.
Controleer het bedrijf van stationair tot maximale belasting, ook met warme brandstof. Houd rekening met onzekere gegevens en een marge die voor de betreffende installatie is afgesproken. Bij diesel zijn gegevens van beide leidingen nodig, plus bevestiging welke sensoruitvoeringen met de gekozen interface mogen samenwerken.
3. Diesel met retour: waarom is de schatting met 2,5–3 × verbruik niet voldoende?
Deze schatting gaat over brandstofcirculatie bij een diesel met retourleiding. Gebruik haar niet als vermenigvuldigingsfactor voor de sensorkeuze bij een gangbare benzinemotor zonder retourleiding.
Bij ontbrekende brutodebietgegevens wordt de benodigde bovengrens soms geschat op ongeveer 2,5–3 × het maximale verbruik bij volle belasting (WOT). Bij 50 l/u levert dit 125–150 l/u op. Ook de selectiegids van Maretron gebruikt deze benadering. Dit bevestigt echter geen FS-40-keuze en geldt niet voor elke dieselmotor.
De circulatie hangt af van de pomp, inspuiting, regelaar en koeling en kan veel hoger uitvallen. Onderbouwde debieten van het werkelijke systeem hebben voorrang. Het maximale onbelaste toerental vervangt geen gegevens bij volle belasting. De vrije pompopbrengst hoeft niet overeen te komen met de doorstroming in de draaiende motor.
4. Voorbeeld: 50 l/u verbruik is geen 50 l/u aanvoer
Stel dat verbruik en retour bij hetzelfde stabiele bedrijfspunt respectievelijk 50 en 120 l/u bedragen. In een vereenvoudigde volumebalans, bij vergelijkbare brandstoftemperaturen, is de aanvoer 50 + 120 = 170 l/u. Dat is meer dan de voorlopige schatting van 125–150 l/u.
170 l/u valt binnen het XXL-bereik (3–180 l/u), maar de berekening alleen keurt de keuze niet goed. Controleer het maximum over alle bedrijfsomstandigheden, minimumdebieten, weerstanden en de benodigde marge. De resterende 10 l/u is geen universele veiligheidsmarge. Controleer ook de retoursensor afzonderlijk.
5. Een oude FloScan-set bepaalt niet automatisch de FS-40-maat
Standard Flow, High Flow en FloScan-setnummers beschrijven oplossingen van die fabrikant. Ze bevestigen niet het werkelijke debiet van een specifieke motor of mechanische, elektrische en meettechnische uitwisselbaarheid met FS-40. Ga niet uit van “Standard = XXL” of “High Flow = 3XL”.
3XL heeft een bovengrens van 300 l/u en past niet bij elke grote circulatiestroom. Oudere catalogi kunnen verschillende motor-, pomp- en setversies betreffen. FloScan beschrijft ook hoge retourdebieten en temperatuurcompensatie in eigen systemen. Deze eigenschappen gelden niet automatisch voor Flowtrecs. De keuze vereist actuele installatiegegevens, niet alleen een rij in een historische tabel.
6. Welke gegevens zijn nodig om de keuze te bevestigen?
- Exact motormodel en uitvoering, brandstofsoort en aantal motoren.
- Schema met aanvoer, retour, regelaar, bypasses en lekleidingen van injectoren.
- Minimaal en maximaal bedrijfsdebiet per leiding; verbruik bij volle belasting apart, steeds met bronvermelding.
- Pompmodel, omstandigheden van de opgegeven opbrengst, toegestane aanvoerweerstand en retourdruk.
- Binnendiameter van de slangen, brandstoftemperatuur en het Flowtrecs-apparaat en interfacemodel.
Ontbreken gegevens, laat dan een servicemonteur in een gesloten circuit meten volgens de procedure van de motorfabrikant en onder representatieve bedrijfsomstandigheden. Koppel de retour niet los naar een open reservoir en voer zelf geen tests bij maximale belasting uit. Stuur de gegevens ter beoordeling voordat u bestelt. De montage staat in de aparte FS-40-handleiding.